Persbericht

Kamer keurt nieuwe regeling deeleconomie goed

Mensen die diensten leveren via een app of een digitaal platform in de deeleconomie zullen binnenkort een eenvoudig en laag tarief van 10% betalen. De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft daarvoor vandaag het licht op groen gezet. De regeling komt er op vraag van minister van Digitale Agenda Alexander De Croo die de deeleconomie extra groeikansen wil geven.

Steeds meer mensen leveren als mini-ondernemer via apps of digitale platformen diensten aan andere particulieren. Alexander De Croo wil als minister van Digitale Agenda de groeiende groep van mini-ondernemers sterker ondersteunen en meer vrijheid geven.

Laag tarief
Concreet komt er voor diensten tussen particulieren een tarief van 10%, op voorwaarde dat men gebruik maakt van een geregistreerd platform. Die aantrekkelijke regeling moet activiteiten die zich vandaag in een grijze zone bevonden verwitten en fraude tegengaan. Vandaag geldt voor de meeste activiteiten in de deeleconomie een taxatietarief van 33 procent.

De nieuwe regeling zal van toepassing zijn voor diensten die geleverd worden via geregistreerde platformen. Het is nu aan de minister van Financiën om via uitvoeringsbesluiten de erkenningsvoorwaarden voor geregistreerde platformen vast te leggen. Zodra dit gebeurd is, kan de nieuwe regeling voor de deeleconomie ook effectief van start gaan.

Realiteit van de nieuwe economie
Alexander De Croo: “De deeleconomie of peer-to-peer economie is in volle ontwikkeling. Via apps en digitale platformen leveren particulieren steeds meer diensten aan elkaar, van afhaalmaaltijden tot babysitten. Ons huidige fiscaal model is niet aangepast aan de realiteit van die nieuwe economie. Er was een grote roep voor een lichte en transparante regeling. Die komt er nu. Dat is belangrijk want voor heel wat mensen is dit een manier om een centje bij te verdienen of om op kleine schaal te proeven van het ondernemerschap.”

De nieuwe regeling zal gelden tot een inkomensdrempel van 5.000 euro. Dit moet oneerlijke concurrentie met zelfstandige ondernemers, al dan niet in bijberoep, voorkomen.

Bronheffing: eenvoudig en transparant 
Belangrijk is ook dat de informatiestroom wordt omgedraaid. Concreet zal er een bronheffing gelden waarbij de digitale platformen de informatie zullen doorspelen aan de fiscus, net zoals werkgevers dat vandaag doen voor werknemers.

Voor mensen die in de deeleconomie willen bijklussen zal de administratieve last minimaal zijn. Ze zullen niet moeten voldoen aan de inschrijvingsverplichtingen bij de KBO en het verplicht btw-nummer.

Wie van bijklussen in de deeleconomie een professionele bezigheid wil maken, moet overstappen naar het statuut van zelfstandige in hoofd- of bijberoep.

Voorop in Europa 
Met de nieuwe regeling voor de deeleconomie lanceert België zich als één van de voortrekkers van de peer-to-peer economie in Europa. De Europese Commissie riep begin deze maand de Europese lidstaten nog op om de wettelijke drempels voor de groei van de deeleconomie weg te nemen. Ons land is één van de eerste landen om dit te doen.

In één van haar aanbevelingen vraagt de Europese Commissie om in nationale wetgeving een onderscheid te maken tussen occasionele dienstverlening tussen particulieren en professionele dienstverleners. Daarbij moeten de drempels voor de deeleconomie zo laag mogelijk worden gehouden. Dat is precies de kern van de nieuwe fiscale regeling voor de deeleconomie die de Kamer vandaag heeft goedgekeurd.

Meer dan de helft van de Europese burgers maakt vandaag gebruik van diensten van de deeleconomie. Economische prognoses geven aan dat de deeleconomie in Europese Unie een economisch groeipotentieel heeft van 160 tot 572 miljard euro.

 

Details van de toekomstige regeling

  • Effectief taxatietarief van 10%. Dit omvat:
    • een taxatietarief van 20% op de omzet
    • een forfaitaire kostenaftrek van 50% (het bewijzen van werkelijke kosten is niet mogelijk)
       
  • Het platform doet een bronheffing. Dit is makkelijk, transparant en voorkomt fraude en administratieve overlast. De gegevens worden door het platform verstuurd naar de fiscus en worden automatisch opgenomen in de belastingaangifte.
     
  • Het inkomensplafond om van dit tarief te kunnen genieten, bedraagt 5.000 euro omzet. Indien meer omzet dan 5.000 euro gerealiseerd wordt, wordt de belastingplichtige als een zelfstandige beschouwd, al dan niet in bijberoep. Op die manier wordt oneerlijke concurrentie met zelfstandig ondernemers vermeden.
     
  • Zolang de omzet lager blijft dan het inkomensplafond van 5.000 euro zijn de verstrekte diensten volledig uitgesloten van alle BTW-formaliteiten (bijv. geen registratie bij het BTW-kantoor en geen klantenlisting nodig).
     
  • De sociale wetgeving is niet van toepassing. Er zijn dus geen sociale bijdragen verschuldigd, zolang de omzet lager is dan 5.000 euro.
     
  • De regeling is van toepassing indien het digitale platform zich geregistreerd heeft bij en erkend is door de fiscus. Dit kan ook voor buitenlandse platformen. De modaliteiten hiervoor zullen door de minister van Financiën worden uitgewerkt per KB.
     
  • De regeling is van toepassing op consumer-to-consumer diensten. Het sporadisch verkopen van goederen via een digitaal platform (bijv. eigen creaties, een tweedehandswagen of meubelen) vallen niet onder het systeem. Merk op: het koken van een maaltijd wordt als een dienst beschouwd en valt onder de deeleconomie; het samenstellen van een box met ingrediënten wordt niet als een dienst beschouwd.
  • De regeling zal ook van toepassing zijn op (een gedeelte van de) inkomsten voor het occasioneel verhuur van kamers via een deelplatform. Ook hiervoor geldt de algemene voorwaarde dat het platform zich dient te registreren en dat een inkomstenplafond van 5.000 euro geldt. Inkomsten van kamerverhuur vallen vandaag onder drie inkomenscategorieën: onroerende, roerende en diverse inkomsten. Dat blijft zo.

    De regeling voor de deeleconomie zal daarbij van toepassing zijn op de diverse inkomsten die voortaan zullen worden beschouwd als 20% van de totale verhuurprijs, behalve indien hier contractueel van wordt afgeweken. Dit gedeelte behelst onder meer het verstrekken van bedlinnen, het onthaal, het verversen van lakens en het eventueel aanbieden van een ontbijt.

    De overige 80% van de verhuurprijs zal worden beschouwd als onroerende inkomsten en roerende inkomsten waarop de bestaande fiscale regeling gelden.